In 2002 haalt Wiebe Westra de krant omdat hij de laatste ‘dyksmelker’ is tussen de Waddenzeedijk en de dijk rond de Peazemer Lannen. Voorheen waren er in Peazens heel veel kleine boertjes die een paar koeien ‘inschaarden’op en achter de dijk, in eigendom bij het waterschap. Als de koeien voor het eerst naar de dijk werden gebracht in het voorjaar, was dat een hele belevenis, de ouderen in Peazens kunnen daar nog kleurrijk over vertellen.
Nu is Westra nog de enige dyksmelker, maar hij schaamt er zich niet voor, integendeel hij geniet er elke dag van. Tweemaal per dag komt hij met de trekker, een weidetankje van 250 liter en drie melkapparaten naar zijn koeien achter de Waddenzeedijk. Het zijn ook nog bijzondere koeien, ze zijn van het Fries Roodbonte ras. Toen hij vanuit Ljussens naar Sjoarda verhuisde, naar de boerderij van zijn schoonvader Geert Dam, verruilde hij zijn MRIJ-vee voor Friese Roodbonten. Ze geven minder melk dan de Holsteiners maar zijn erg sterk: een gebruiksvriendelijke koe, zegt Westra. ’s Winters staan ze op de boerderij in een potstal, de mest gebruikt hij voor het landbouw-gedeelte van zijn bedrijf, broccoli, suikerbieten en graan.
Als de ganzen in de herfst terugkomen uit het noorden, gaan de koeien op stal: ‘Een dagje ganzen en het land ligt bezaaid met stront en ‘dan sette de kij der gjin bek mear op.’
De journalist zet Westra treffend neer:
‘Gezien het extensieve, milieu- en diervriendelijke karakter van zijn bedrijfsvoering zou Westra met gemak biologisch kunnen gaan boeren. Voor zijn melk zou hij dan 5 cent per liter meer kunnen beuren. Toch is de biologische sector niet aan hem besteed. ‘By dy klup fiel ik my net thús. Sy binne net sa representatyf. Op de measte hiemen fyn ik it mar in grutte binde.’ Is het commentaar van Westra.
Colofon
Leeuwarder Courant 7 november 2002

