Welkom

Welkom

Welkom op de site van het dorpsarchief van Easternijtsjerk! Op deze plek zal worden geprobeerd om de geschiedenis van ons dorp vast te leggen. Er is al heel veel materiaal verzameld, maar aan onze dorpsgenoten wordt gevraagd om mee te denken over onderwerpen die nog de nodige aandacht kunnen gebruiken. Te denken valt aan verhalen over vroeger, oude foto's, tekeningen, schilderijen enzovoort.
Bezoekers heten wij hierbij welkom en u vragen wij om zo mogelijk te reageren op wat hier geboden wordt. Op deze manier wordt ons dorpsarchief steeds waardevoller!




Uitgelichte vensters:

Wat zich tijdens de laatste EXPO in Oosternijkerk al aankondigde is inderdaad waargemaakt. Het EXPO-bestuur zei toen dat een beurs op de geëikte wijze van zeven EXPO’s in Oosternijkerk niet meer zou worden gehouden, maar dat er nagedacht werd over andere mogelijkheden. Die mogelijkheid is gevonden in het Harddraverspark in Dokkum.Na overleg met Dokkumer middenstanders en de gemeente is het EXPO-bestuur uit Oosternijkerk bereid gevonden om in Dokkum EXPO’2004 te organiseren. Het werd meteen goed aangepakt want er zullen maar liefst vijf tenten van elk 1200 vierkante meter in gebruik worden genomen. Deze EXPO is daarmee de grootste openluchtbeurs die ooit in deze regio is gehouden. De EXPO zal vrijwel het hele terrein voor de sportcantine in beslag nemen. Half maart hadden zich al 120 middenstanders aangemeld voor de beurs die van 21 tot 24 april gehouden zal worden. Dat aantal zou nog groeien tot bijna 140 deelnemers. ‘Voor het plaatje’ hebben de drie Oosternijkerker ondernemers die het EXPO-bestuur vormen zich laten kieken voor de krant. Er moet immers reclame worden gemaakt. De mond-tot-mond reclame is al in werking want de deelnemers overstijgen het gebied van Noordoost-Friesland: zelfs een ondernemer uit Emmen heeft zich opgegeven. Het secretariaat is in handen van Yde van Kammen en zijn dochter Gezina. (Zij kregen bij de opening een pluimpje van burgemeester Cazemier voor hun voortreffelijke werkzaamheden!)Zoals te doen gebruikelijk bij de zeven eerder gehouden EXPO’s is er weer een groot aantal activiteiten gepland zodat er voor ieder wat wils is. Ook het Symposium zal weer plaatsvinden, deze keer met als thema ‘Toekomstkansen voor de regio’ met een keur aan sprekers, van Tweede Kamerleden tot ambtenaren van de Kamer van Koophandel. Dagelijkse modeshows en live muziek, tientallen demonstraties bij de standhouders, naast de aanwezigheid van culturele instellingen staan garant voor een gezellige beurs. De EXPO heeft een reputatie hoog te houden!Er gaan geruchten dat Bonifatius zelve acte de présence zal geven !! En nog was het aloude concept van de EXPO niet uitgewerkt! In 2006 werd er een speciale Woon-Expo in Dokkum georganiseerd en weer waren Yde van Kammen en Sjerk Faber van de partij. Het was de bedoeling om de nieuwe wijk De Trije Terpen te promoten door een Woonexpo te houden op 20, 21 en 22 april, een Expo speciaal voor bedrijven op het gebied van wonen. Tevens werd het plan Zuiderschans in de picture gezet. In 2007 was het precies 20 jaar gelden dat de eerste EXPO in Easternijtsjerk werd georganiseerd. Ter gelegenheid van dit jubileum werd er op 19, 20 en 21 april 2007 weer een EXPO georganiseerd in Dokkum. Het was de tiende EXPO isn 20 jaar tijd! Al in oktober 2006 konden bedrijven zich daarvoor opgeven. Dat gebeurde op grote schaal en ‘ruim honderd stands’ waren het resultaat. Het werd een hele grote EXPO met een oppervlakte van 5200 m in maar liefst zes hallen. Deze keer was Loes van der Til, naast Sjerk Faber en Yde van Kammen, mede-organisator. Ook stagiëre Anja Cornelissen was van de partij. Maar het concept bleef grotendeels hetzelfde. De laatste EXPO vond plaats in 2011, ook weer in Dokkum. Deze keer was de EXPO niet in het voorjaar (alle andere EXPO’s werden in april gehouden), maar in het najaar, op 6,7,8 en 9 oktober. Deze keer kwamen de aanmeldingen van bedrijven wat langzaam op gang, mogelijk werd gewacht tot na de vakanties, maar in september stonden er toch al weer 115 bedrijven op papier. Ook deze keer was er een symposium, geleid door Rendert Algra en met Lutz Jacobi als hoofdspreker. Het hoofdthema was ‘Dwaande’. Verschillende sprekers, Niek Geelhoed, Roelof Kuik, Eise van der Sluis, en Jelle Boerema zullen hun licht over dit onderwerp laten schijnen. Ook aan muzikale optredens wordt weer aandacht besteed.Dit zou de laatste EXPO worden.

Geboren in 1915 in Hardegarijp, waar hij vrijwel zijn hele leven woonde, is er voor Sieb Postma toch een plaatsje ingeruimd in het dorpsarchief van Easternijtsjerk. Hij was namelijk in 1935 en 1936 inwoner van ons dorp: hij was monteur en chauffeur bij het busbedrijf van Eelze Weidenaar aan de Buorren. In die jaren deed hij ook mee aan de beroemde TT-races in Assen. De Easternijtsjerksters zullen toen vast trots zijn geweest op hun beroemde dorpsgenoot! In het venster van Jan van der Lei is al geschreven dat Sieb en Jan elkaar uitdaagden als ze met hun motoren oefenden op de bochtige weg van Eanjum naar Dokkum, of een snel rondje probeerden te maken over het bochtige weggetje Mitselwier-Easternijtsjerk. Veel dorpsgenoten fietsten speciaal naar de Wetsensertille om de mannen te zien langskomen.Na de lagere school kon Sieb kiezen uit werken op de boerderij of verhuizen naar Mullum bij Harlingen waar zijn zuster woonde. Geertje was getrouwd met Jan Visser en die had een garage voor auto’s en motoren. Sieb kwam bij zijn zwager en zus in de kost en leerde op deze manier de motortechniek kennen en toen hij in 1931 rijbewijs C haalde, mocht hij rijden op motoren die niet harder mochten dan 30 km per uur. Hij was al gauw in het bezit van een Douglas en die kon behoorlijk sneller dan 30! Dat moest natuurlijk uit worden geprobeerd op de rechte weg tussen Mullum en Hjelbeam. Hij werd aangehouden door een marechaussee, maar toen de controle zou plaatsvinden wilde de motor niet harder dan 20 km: Sieb had de vóór-ontsteking veranderd in een ná-ontsteking! Zodra de marechaussee uit zicht was, werd dit natuurlijk gauw weer veranderd!Toen hij achttien jaar werd, kreeg hij de beschikking over een Royal Enfield waarmee hij deelnam aan vele grasbaanraces. In 1935 was het zover: Sieb zou starten in de TT van Assen! Hij deed mee in de 350cc-klasse met de Lady van zijn zwager Jan Visser die zelf op deze Lady in 1934 een 10de plaats had behaald. Jan had evenwel nu een snellere motor voor de 250cc-klasse tot zijn beschikking, dus moch Sieb de Lady gebruiken. Het ging prima met Sieb want hij werd 12de in een internationaal veld deelnemers. Hij had een tijd van 3 uur, 4 minuten en 40 seconden en kwam daarmee 26 minuten achter de winnaar over de streep! Hij was ‘út de liken’ omdat de motor nog geen vering had en hij daarom zijn voeten zo nu en dan van de steunen afhaalde!In 1935 wilde zijn zwager zelf de Lady gebruiken en kreeg Sieb een Norton in handen voor de 500cc race. Dat ging echter niet goed want hij ging onderuit in een bocht, krabbelde wel overeind, reed verder, maar niet lang daarna gaf de motor het op. Het zou zo’n 10 jaar duren voor Sieb weer op de TT van Assen startte. Hij had intussen een Guzzi gekocht, een Italiaanse motor uit 1939, waarmee hij in 1946 verschillende races in België zou rijden waar hij een aantal keren een tweede plaats bemachtigde. In de jaren daarna was het kwakkelen met de Guzzi, alleen op het vliegveld in Leeuwarden stond hij twee keer op het podium. Daarom wilde Sieb voor het seizoen 1949 begon met zijn motor naar de Guzzi-fabriek in Italië om te zien of ze daar iets aan de motor konden verbeteren. Hij en zijn vrouw reden met hun eigen Citroën, waarvan de rechterstoel voor en achter uit de auto waren gehaald, samen naar Italië, zijn vrouw zat dus achter Sieb!De verbeteringen die er in de Guzzi-fabriek aan de motor werden aangebracht zorgden ervoor dat 1949 een topjaar werd voor Sieb Postma: hij won alle vier races en werd daarmee Nederlands kampioen, een felicitatie vanuit de Guzzi-fabriek werd per telegram naar Hardegarijp gestuurd! Ook in 1952 en 1954 werd Sieb Nederlands kampioen, de Guzzi was toen al 15 jaar oud!Sieb was steeds een slechte starter, maar haalde tijdens de race de een na de ander in. In de eerste race van 1949 startte hij zelfs als laatste en won de race toch. In Etten prutste hij nog wat aan de machine toen de eersten al weg spurtten, toch werd hij als eerste afgevlagd! Bij de TT-races in Assen was hij twee keer de beste Nederlander, in 1952 werd hij zesde en in 1953 negende. Sieb reed niet alleen voor het eerste plek, het rijden zelf gaf hem de meeste voldoening. In 1954 reed hij bijvoorbeeld in Tubbergen toch mee hoewel hij het kampioenschap al in z’n broekzak had. Door te starten had hij dat kunnen verspelen, maar op een natte baan won hij toch het duel met zijn belangrijkste tegenstrever Henk Steeman. Hij vond het ook belangrijk dat alle rijders gelijkwaardig materiaal hadden, zodat de beste coureur zou winnen en niet degene die het meeste geld had om een betere motor te kunnen kopen. Daarom maakte de TT in Assen ook niet de meeste indruk op hem (‘dure’ buitenlandse motoren!) maar vond hij de landelijke wedstrijden in, vooral Tubbergen, maar ook Zandvoort, Etten-Leur en ’t Zand (Groningen) of het  vliegveld in Leeuwarden veel mooier en spannender. Hij heeft ook veel in het buitenland gereden: Duitsland, België, Italie, Oostenrijk. In Oostenrijk stond hij tot zijn verbazing op de eerste rij, maar ongelukkig genoeg schoof hij in de eerste bocht onderuit en werd hij aangereden door degene die achter hem reed en sloeg hij met z’n ribbekast op de olietank. Hij raakte in het ziekenhuis, zijn vrouw stond nog op het middenterrein, maar kon later het ziekenhuis lopende verlaten.‘Wy hâlde no mar ris op mei dy grappen’, soe frou Postma sein ha. De zaak in Hardegarijp was pas verbouwd, het risico werd te groot. Helemaal ophouden met snelheidssporten kon Sieb Postma toch niet want hij heeft nog meegedaan aan verschillende autoraces, ook de Tulpenralley reed hij een paar keer: met Jan van der Lei als mede-coureur !!

Het gouden oorijzerTalrijk zijn de verhalen van de opoffering van de ‘kleine luyden’ om te komen tot een eigen (gereformeerd) kerkgebouw, tot het kunnen benoemen van een eigen predikant, tot de verzorging van de eigen armen door de eigen diaconie. Vaak wordt dan verhaald dat die bedragen zijn binnengehaald met de dubbeltjes en kwartjes die de leden van de gereformeerde kerk nauwelijks konden missen. Maar die verhalen kloppen niet helemaal zo blijkt uit het verhaal van Klaas Jan Pol. Hij en zijn zus Ytje Stevens zijn bezig met onderzoek naar hun opa Binne Roorda die acht Joden door de oorlog hielp, maar zelf in een concentratiekamp om het leven kwam. Klaas Jan weet dat de moeder van Binne, Grietje Boelens, in 1867 in Easternijtsjerk geboren en getrouwd met het schoolhoofd Philippus Roorda, niet dubbeltjes en kwartjes aan de nieuwe kerk schonk. Nee, ze verkocht haar gouden oorijzer, waarschijnlijk een familie-erfstuk, om de opbrengst aan de nieuwe kerk te schenken! (oorijzers in het Zuiderzee Museum te Enkhuizen) De fles in de toren.  Wist u dat in de toren van de Gereformeerde Kerk te Easternijtsjerk een fles is ingebouwd met daarin een papier waar de namen op staan van de eerste kerkeraadsleden die uitgetreden zijn, ik meen in 1886, uit de Hervormde Gemeente van Easternijtsjerk?  De namen zijn:  Durk A. Zwart Douwe Zwart Heilco Burger van Raffinus Lieuwe Jousma  Deze laatste persoon heeft de steen voor het kerkgebouw nog wel aangereden, maar is toen al gauw overleden. In latere jaren is de toren van de kerk af geweest om gerepareerd te worden door de firma Thomas de Wilde, maar de fles is er weer ingebouwd.  (uit: De Doarpsskille, januari 1983, door G.J. = Gertje Jousma, ongehuwd wonend aan De Lyts Ein, waar zij de leeftijd van 100 jaar mocht beleven)  Opmerkingen: In 1990, ter gelegenheid van het verschijnen van het gedenkboek 1890-1990 Gereformeerde Kerk Oosternijkerk is een afvaardiging van de redactie van dat boek in de toren geweest om naar de fles te zoeken. Deze is toen niet gevonden. Een vijftal jaren geleden (in 2015) is de torenspits nog eens gerestaureerd. Navraag bij de werkers aan de toren heeft ook toen geen resultaat opgeleverd. Denkelijk zal gewacht moeten worden tot de tijd dat de toren in z’n geheel gedemonteerd zal worden om dan alsnog die fles terug te vinden (of niet?).  U.D.I. helpt diakens. It is 1924 en it ‘nije ljocht’ hat Nijtsjerk noch net berikt. U.D.I. hat de beskikking oer it lokaal efter de grifformearde tsjerke om dêr te oefenjen. Meastentiids barde soks op in jûn troch de wike, mar om’t Rienk Blom, doe de direkteur, troch de wike yn Grins siet, barde dat doe op de sneontejûn.   Op sa’n repetysjejûn kamen ynienen, alhiel ferstuivere, de diakens it lokaal ynfleanen. Direkteur Blom sloech ôf en frege de mannen wêrom’t se repetysje sa ynienen fersteuren. Wat wie it gefal? De diakens wiene yn de tsjerke dwaande om alles klear te setten foar it Hillich Nachtmiel dat de oare dei hâlden wurde soe. Se hiene lykwols sa drok meiïnoar yn petear west dat se in walmjende oaljelampe alhiel fergetten wiene. It gefolch wie dat alles ûnder it roet siet: it lekken, de bekers, de banke, alles!  Direkteur Blom wie gau beret en alle leden fan U.D.I. ha doe mei in pôle droege doeken oan it wriuwen west om alles skjin te krijen. Ien fan de diakens hie ûnderwilens hyltiten mar wer itselde kommintaar: ‘Wie’t net stom! Wie’t net stom!’  De oare deis wie der hast neat mear fan te sjen. Allinne de spinreagen foelen, troch it swartsel!, wol tige op. Dat sil de koster fêst muoid ha!  Met Abraham Kuiper als waakhond. In de jaren zeventig van de vorige eeuw was de nieuwe streekarchivaris van Noordoost-Friesland, de heer Wim T. Keune, geregeld op pad om besturen in zijn regio te interesseren voor het inventariseren en onderbrengen van hun archiefstukken naar het Streekarchivariaat boven de brandweerkazerne aan de Rondweg in Dokkum. Ook met de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk in Easternijtsjerk maakte hij een afspraak om op een avond langs te komen om de aanwezige notulenboeken te inventariseren, overbrengen van het archief van de kerk naar het depot van het streekarchief werd resoluut afgewezen. De ‘ouderling van dienst’ maakte de heer Keune wegwijs in de consistorie, toen nog voor in de kerk (nu hal), en ging niet terug naar huis zoals de archivaris dacht, immers dat inventariseren was een tijdrovende klus, maar hij nam statig plaats tegenover hem aan de vergadertafel: hij bleef de hele avond lang een oogje in het zeil houden. Later vertelde Keune dat hij het archief van de Gereformeerde Kerk te Easternijtsjerk had geïnventariseerd onder het wakend oog van een ouderling en van Abraham Kuiper. Diens portret hing aan de muur achter hem!  Les in lokaal gereformeerde kerkgebouw.  De christelijke school van Easternijtsjerk, sinds 1950 Foeke Sjoerds Skoalle genoemd, heeft verschillende keren gebruik mogen maken van de accomodatie van het gereformeerde kerkgebouw. De eerste keer was al in 1902. De school uit 1868 werd te klein, dat gebouw had oorspronkelijk maar één lokaal!, omdat er rond 1900 maar liefst 155 kinderen een plekje moesten zoeken. Er zijn verhalen bekend dat de kinderen met z’n zevenen in één bank zaten.  Omdat er in het hele dorp verder geen mogelijkheid was, verzocht het schoolbestuur om gebruik te mogen maken van het kerkgebouw om de kinderen op te vangen tot het nieuwe schoolgebouw, dat op de plaats zou komen van het af te breken oude gebouw, gereedgekomen was. Dat werd toegestaan, maar hoe de 155 kinderen in het kerkgebouw les kregen is niet bekend, het zal behoorlijk aanpassen geweest zijn voor de drie leerkrachten (en de kinderen).  In 1940 is er weer behoorlijk ruimtegebrek op school. Een aanvraag om nieuwbouw is door de oorlogsomstandigheden afgewezen en opnieuw gaat er een verzoek naar de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk om gebruik te mogen maken van het lokaal achter de kerk. Dat verzoek wordt afgewezen omdat het lokaal, op last van de burgemeester, ingericht moet worden als nood-ziekenhuis. Twee jaar later wordt het verzoek wel toegestaan en gaat klas 1 voortaan in yhet lokaal achter het kerkgebouw ‘naar school’.  In 1944 komt klas 2 daar ook nog bij en worden beide ruimten achter de kerk in gebruik genomen als school. Dat is dan ook nodig want mede door 40 evacués is de schoolbevolking aangegroeid tot 212 leerlingen! Dat duurt ook na de oorlog nog een poos door, zoals meester Bote Hazenberg in zijn memoires over 1947 schrijft, waarschijnlijk tot de nieuwbouw van de school in 1950.  Omdat de Foeke Sjoerds Skoalle verschillende keren verbouwd en vergroot werd, is er nog een keer tijdelijk gebruik gemaakt van het lokaal achter De Bining.  De stinselmasine.  Jierrenlang hat de Grifformearde Tsjerke fan Easternijtsjerk in eigen stinselmasine hân. Al it printwurk, benammen it Jierferslach wie in put wurk, waard fersoarge troch Piet Buwalda. Der wie ek in ploech frijwilligers dy’t holp om boekwurkjes te sammeljen en te niten. De stinselmasine stie yn de konsistoarje, mar ek op de kreake by it oargel.  De Foeke Sjoerds Skoalle hie ek in eigen stinselmasine, dêr waard ek De Doarpsskille op printe. Ienris, yn jannearis 1985, hiene beide masines meiïnoar te krijen en it folgjende ferslach stie letter yn De Doarpsskille te lêzen. In part dêrfan wurdt hjir ôfprinte.  18 jannewaris.  (...) en dêr giet de telefoan. It is Tom Zijlstra: de stinselmasine is stikken, ien fan de bannen is knapt. Wat moatte wy no? In monteur op freedtemiddei healwei fiven hoecht men net te besykjen. De doarpskrante moat lykwols klear, moarn sille wy sammelje en nite. Der stiet in gearkomste yn fan nije wike. Wy beslute om Piet Buwalda te freegjen at wy de krante op de stinselmasine fan de Grifformearde Tsjerke ôfprintsje meie. (...) en dêr giet de telefoan foar de tredde kear. It is Tom: om sân oere yn de grifformearde konsistoarje wêze, dan sil Piet Buwalda tekst en útlis jaan.   Om sân oere stiet Piet Buwalda al klear, hy laket wat súntsjes: wat no, swierrichheden mei de masine? No, dit apparaat is krekt neisjoen, dat it stiet ta jimme beskikking. Wy krije tekst en útlis en de earste trije kertier stiet de baas der sels by om ús te helpen. It is noch in hiel kerwei want ús stinsels passe net op dizze masine. Alle koppen (18 stiks) moatte loswurke wurde en op oare stinsels fêstnite. It duorret sa wat langer, mar hawar, it komt klear.  Under tafersjoch fan Abraham Kuyper (fan syn portret oan de wand ôf) kriget De Doarpsskille stadichoan wat mear stal. Ik moat sizze, dit is in bêste masine. Om tsien oere hinne ha ik alle koppen ferwiksele en sil Tom de rest ôfmeitsje. Einliks bin ik dan dochs fan de Skille ôf.  Dat hie’k mar tocht. Om kertier oer âlven giet de telefoan. It is Tom: de masine is stikken, dy goait der dan ien en dan wer tsien of mear út, it wol net. Wy beslute om Piet Buwalda mar wer ris te skillen en te freegjen at hy moarn om njoggen oere wer presint wêze wol om ús te helpen.  De oare moarns om njoggen oere stiet Piet Buwalda al wer súntsjes te glimkjen: wiene dit faaks de swierrichheden? Hy ferskoot twa lytse blokjes en begjint te draaien: as in trein !!  Wy steane der mei in beskamme holle by; dat kriget men as men amateurs oan it wurk set. De baas sels bliuwt no it hiele skoft sels yn aksje en healwei âlven is alles der troch hinne (...).  Neiskrift. Op in bepaald momint wiene de beide stinselmasines eins ynein en skafte de skoalle in baas stinselmasine oan dêr’t ek de Grifformearde Tsjerke al it printwurk op dwaan koe. Doe beskikte Piet Buwalda oer in eigen kaai fan de skoalle en ha wy mannich nijsgjirrich petear hân as Piet wer ris te gast wie op de Foeke Sjoerds Skoalle. 

De familie Van der Lei kwam oorspronkelijk uit Moddergat, het waren vissers.  Maar aan het einde van de 19e eeuw was de opbrengst in de visserij slecht.  Mogelijk dat dat de reden was dat Jan en Leentje van der Lei-Woudwijk in 1899 naar Easternijtsjerk verhuisden waar ze een handel in landbouwproducten, als aardappelen, veevoeder en kunstmest, begonnen. Zij woonden ????  In 1921 werd de inschrijving van bedrijven bij de Kamer van Koophandel verplicht en werd door de broers Cornelis (Kees) en Monte (spreek uit Moente) de handelsnaam ‘Gebr. Van der Lei’ gekozen. Hun in 1921 naar Mitselwier verhuisde broer Pieter had inmiddels een eigen ‘Handel in landbouwproducten’. Deze Pieter was in 1916 getrouwd met Fetje Tilkema, dochter van de Easternijtsjerkster brievengaarder Tjeerd Tilkema. Hun eerste zoon werd op 27 augustus 1917 geboren. Dat was Jan, genoemd naar zijn opa, die in zijn geboortestreek beter bekend was als Jan Lei, de motorcoureur. Vader Pieter was een van de vele aardappelhandelaren in de Dongeradelen en ondanks dat hij slechts 4 jaar onderwijs had genoten wist hij een bloeiend bedrijf op te richten: ‘Hy spruts gjin wurd Dúts, mar wist wol hoe’t er de Kartoffeln oan de buorlju ferkeapje moast’.  Door de vele handelsactiviteiten veranderde ook hun kijk op de wereld waarin de techniek een steeds grotere rol begon te spelen. Kees van der Lei ging bijvoorbeeld voor de oorlog al met de auto op vakantie naar Zwitserland en zijn dochter Fokje behaalde in 1929 als 18-jarige al het rijbewijs!Ook Jan van der Lei stond niet afwijzend tegenover de nieuwe technische mogelijkheden. Hij zal na de lagere school bij zijn vader in het bedrijf zijn begonnen en hij zal al gauw achter het stuur van een auto of motor hebben gezeten. Er zijn verschillende verhalen bekend van de rijkunsten van Jan van der Lei: ‘Wy stiene mei de mûle iepen as Jan foarby strûpte.’ Als Jan in Mitselwier volgas de Stationsstraat doorreed kropen de mensen achter de bomen. Volgens meerdere getuigenissen zou hij op de Hearrewei tussen Dokkum en Eanjum zo nu en dan met permissie hebben mogen trainen. Een mooie bochtige weg. ‘As se my oankommen hearden, giene de minsken oan ‘e kant, se wiene bang dat ik my te pletter ride soe. Sels bin ik nea bang west.’ Ook inwoners van Easternijtsjerk pakten de fiets en reden naar de Wetsensertille als bekend was dat Jan van der Lei daar langs zou komen tijdens een training. Het is niet bekend of Jan ook voor de oorlog al aan wedstrijden heeft meegedaan, het ligt wel voor de hand. Hij was namelijk tijdens een van zijn trainingen nog iemand tegengekomen die aan het racen was. Toen ze allebei even stopten op het treinstation in Eanjum maakten ze kennis met elkaar en deze kennismaking was het begin van een lange vriendschap. Het was Sieb Postma, in 1935 en 1936 als monteur en chauffeur in dienst bij het busbedrijf van Eelze Weidenaar in Easternijtsjerk. Hij had in 1935 en 1936 wel meegedaan aan de TT in Assen en daar zullen ze het vast wel over hebben gehad. (zie voor hem ‘Personen – Sieb Postma).Jan gebruikte ook de driehoek oostelijk van Mitselwier om te trainen: eerst van Mitselwier richting Dokkum, eerste afslag naar Nijewier, om Nijewier heen terug naar Mitselwier. Ook de bochtige weg tussen Mitselwier en Easternijtsjerk was iedere keer weer een uitdaging. Hij vertelde trots dat hij de afstand Mitselwier-Leeuwarden in 20 minuten kon afleggen.Na de oorlog was Jan bij het eerste de beste raceseizoen (1947) wél van de partij. In Etten Leur startte hij, 30 jaar oud, op zijn Excelsior bij de junioren in de 250 cc-race en werd direct derde, maar wel 4 minuten achter de eerste twee! Door pech op de training kon hij niet meedoen op de TT van 1947, maar bij de race op het vliegveld van Leeuwarden stond hij wel aan de start. Na een rondenlang gevecht met Breedijk legde Jan de motor in de laatste ronde iets te plat, de tenen raakten de grond. ‘Dan slút je it gas efkes ôf’ en zo was hij de aansluiting bij Breedijk kwijt die gemakkelijk won. In het naseizoen kwam hij nog wel aan de start in ’t Zand en in Weert: hij won beide races!Zijn ouders waren aan de ene kant trots op hun zoon en waren ook bereid om financiële offers te brengen. Zo ging tijdens een race het motorblok kapot en liet men een nieuw motorblok uit Engeland komen, kosten f 3000,-! Maar er was ook een andere kant. Toen Jan na één van zijn ongevallen in het ziekenhuis belandde, kreeg hij bezoek van zijn vader. Eén van zijn benen was opgetakeld met een katrol en uiterst gevoelig. Met opzet stootte Pieter tegen het bed en Jan verging van de pijn, waarna zijn vader hem toebeet: ‘No kinst ris fiele watst ús (geastlik) oandien hast’.’In 1948 kon Jan starten in de seniorklasse, maar behalve een vierde plaats in Tubbergen is er, naast enkele klinkende overwinningen, weinig informatie te vinden over zijn racecarrière. Wel over zijn rijstijl! ‘Dêr giet dy idioat ek wer, dy rydt him nochris te pletter’, werd vaak gezegd. Een getuige uit Hantum vertelt: ’Hy kaam as in gek út de rjochting fan Ternaard it doarp yn fleanen. Dat koe net goed gean. Hy fleach oer it puntige stek foar de pastorij en kaam yn de tún telâne’. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ouders hun kinderen waarschuwden gauw een veilig heenkomen te zoeken als ze Jan van der Lei op een motor of in de auto zagen of hoorden aankomen.In 1949 zou Jan zich goed voorbereiden op het nieuwe raceseizoen: hij ging naar de voorjaarstrainingen in Zandvoort. Maar wat het begin van een nieuw raceseizoen had moeten worden, werd het einde van zijn motorsportcarrière. De Nieuwe Dokkumer Courant schrijft dat de stuurinrichting defect raakte. Dat gebeurde bij het nemen van een bocht. ‘Renner en motor die op dat moment een snelheid hadden van 160 km kwamen in het boomgewas terecht. De gevolgen lieten zich eerst ernstig aanzien. Beide benen en een arm waren gebroken. Een tak van het geboomte was dwars door laars en been heen gedrongen’. Tegen een getuige zei hij later: ‘Beammen knapten ôf, se doarsten my earst net iens op te reagjen. Doe’t ik op de operaasjetafel wekker waard, sei de dokter tsjin my: ‘Jo hawwe 115 oeren op ‘e operaasjetafel lein, se hawwe jo tusken de beammen weihelle’. Volgens overlevering werd hij overgebracht naar het ziekenhuis in Haarlem waar hij zo’n acht maanden zou hebben gelegen. Het verhaal wil dat hij met heimwee, hangende in netten, vervroegd naar Leeuwarden werd vervoerd. Dat wat menigeen voor onvermijdelijk had gehouden was gebeurd. Hij had het overleefd, maar zijn leven lang zou hij getekend zijn door die valpartij op zaterdag 2 april. Met name het lopen zou altijd lastig blijven.



Nomineer een onderwerp voor deze dorpscanon