Boerderij Ropsterwei 14


Boerderij Ropsterwei 14
© Foto voorblad: Reinder Tolsma, gepubliceerd onder de licentie/disclaimer: Met toestemming van de rechthebbende

‘Jacob Sybes van nummer 33 te Niawier: een nieuw huis op een koud steed anno 1795 gebouwd, heeft meer als 30 pm land’
Dit is de eerste aankondiging van het bestaan van deze boerderij aan de Ropsterwei, te vinden in een belastingboek van de gemeente Oostdongeradeel.
 
Eerst even ter verduidelijking:
-voor 1812 hadden de meeste mensen nog geen familienaam, je werd aangesproken, maar ook schriftelijk, met je eigen naam, gevolgd door die van je vader: Jacob Sybes is dus een zoon van Sybe (Jacobs). In de Franse Tijd moest iedereen die nog geen familienaam had er eentje kiezen
-vroeger waren er in onze gemeente nog geen straatnamen, wel kreeg elk huis een nummer. In dit geval is het duidelijk dat de eerste bewoner van deze boerderij eerst in huis nummer 31 in Niawier woonde.
-een koud steed is een plek waar nog niet eerder een huis gestaan heeft
-de eerste twee jaar hoefde de eigenaar van een nieuwe woning nog geen belasting te betalen. Daaruit volgt dat deze boerderij in 1793 gebouwd is
Jacob Sybes komt in 1801 te overlijden en dan staat er in het belastingboek: ‘Nu Jan Jacobs Bosch van Nes’. De nieuwe boer woonde dus voor 1801 in Nes. Het valt ook op dat hij al een familienaam gebruikt: Bosch. Zou hij, of andere familieleden, veel bomen rond zijn in Nes bewoonde boerderij hebben staan, een ‘bos’?



Op de boerderij aan de overkant van de Ropsterwei, Fookma Sate, woonden rond 1800 geregeld leden van de familie Bosch: Jacob Sybes en Sybe Jacobs bijvoorbeeld. Ze waren niet de eigenaar, dat was Enne Rijpma, maar pachtten de boerderij. Van deze boerderij Fookma is een paar jaar geleden het schuurgedeelte afgebrand, maar intussen (niet zo mooi) weer opgebouwd. 
Als in 1832 het kadaster begint blijkt dat de in 1793 gebouwde boerderij op grond van Fookma Sate staat, hetgeen natuurlijk is te verklaren door de familierelatie die Jan Jacobs Bosch had met de pachters van Fookma: die zullen wel een goed woordje voor hem hebben gedaan bij Enne Rijpma.
In totaal had Jan Jacobs Bosch 28 percelen land in bezit waarvan de helft in Nijewier, daar zal het stamhuis hebben gestaan. Hij bezat ook een huisje aan de Lytse Buorfinne, mogelijk dat daar zijn arbeider woonde.
Jan Jacobs Bosch moet een belangrijk man in Easternijtsjerk geweest zijn. Zo was hij van
1820 tot 1822 diaken
1825 tot 1830 kerkvoogd
In 1805 moet hij ook al diaken zijn geweest want dan koopt hij een huis en 4 pm land van de eigenaar, die er tot zijn dood in mag blijven wonen voor het huis gebruikt kan worden door de diaconie.
Dat hij ook erg rijk was blijkt in 1812 als hij bij de 600 hoogstaangeslagenen in de belasting in Friesland hoort! Daarnaast behoort hij in Easternijtsjerk bij de vier rijkste inwoners! Maar hij en zijn vrouw Wietske Sybes Koopmans kregen geen kinderen, desondanks moet er een jongetje op de boerderij gespeeld hebben.

Dat valt op te maken uit een geschiedenis die typisch bij Easternijtsjerk lijkt te horen: 
'Wy rêde dêr sels wol mei!'
Tot aan de dag van vandaag steken de Easternijtsjerksters de handen uit de mouwen om te helpen bij verbeteringen in het dorp: de betonnen brug in het bos, vrijwilligers bij de verbouw van Streekhûs De Terp of van de kantine van Ropta Boys, de aanleg van het dorpsplein, bij de bouw van ’t Terpke, dat zijn maar enkele voorbeelden: overal staan de vrijwilligers klaar!
In 1830 speelt er ook zo’n geval van ‘Wy rêde ús der sels wol mei.’ 
Na de Franse Tijd waren er veel arme mensen, vooral weeskinderen hadden het moeilijk. Die moesten verzorgd worden door armvoogden maar de armenhuizen in de grote steden in het westen van ons land zaten stampvol. Johannes van den Bosch, rijk geworden in Indië, dacht een oplossing voor deze problemen gevonden te hebben en richtte in 1818 met hulp van de koning de ‘Koloniën van Weldadigheid’ op. In de omgeving van Veenhuizen werden dorpen gesticht waar boerderijtjes kwamen waar arme sloebers en zwervers zelf de kost konden verdienen op hun stukje grond. Dat lukte niet voldoende en Van den Bosch kreeg het voor elkaar dat weeskinderen een plaatsje kregen op die boerderijtjes: de bewoners moesten dan voor die kinderen zorgen. Met scheepsladingen vol werden ze naar Veenhuizen gestuurd, er zaten er soms wel 2000 weeskinderen!, maar er kwamen er nog niet genoeg dus kwam er een wet dat burgemeesters verplicht werden om weeskinderen die door de armvoogden onderhouden werden op te sturen naar Veenhuizen. In 1825 werd het eerste weeskind uit Oostdongeradeel onder begeleiding van een politieman weggebracht. In 1830 echter kreeg de burgemeester te horen dat het opgestuurde meisje Trientje Mients de Haan het slecht had getroffen en hij schrijft de gouverneur daar een brief over. De gouverneur is echter ook aan de wet gebonden en schrijft terug dat de burgemeester verplicht is om weeskinderen op te sturen. Er zijn in Easternijtsjerk op dat moment twee weeskinderen: Evert Gerrits Wilman en Maaike Ates Jongsma. De politieman van Mitselwier gaat de kinderen ophalen, maar hij komt onverrichterzake terug in Mitselwier. De burgemeester laat de armvoogd Pieter Gijsberts Zijlstra komen, maar die zegt dat hij ook niet weet waar de kinderen zijn. Voor de tweede keer gaat de politieman naar ons dorp, maar ‘niemand’ weet waar de kinderen zijn. De burgemeester moet de gouverneur wel berichten dat de kinderen onvindbaar zijn. Een paar weken later is er toch een oplossing gevonden: Jan Jacobs Bosch neemt Evert Wilman onder zijn hoede op de boerderij aan de Ropsterwei en bakker Evert Bakker zal voor Maaike Jongsma zorgen. Er zijn geen familiebanden tussen de kinderen en de verzorgenden gevonden, het is meer van:
 in ons dorp zorgen wij zelf wel voor deze kinderen.
In 1832 werd in ons dorp een arm- en weeshuis opgericht en onder de eerste bewoners komt ook Evert Wilman voor. Jan Jacobs Bosch was in 1831 overleden en zijn weduwe Wytske Koopmans had blijkbaar meer binding met haar eigen familie want al haar eigendommen gaan naar familie en voor Evert rest slechts een plaatsje in het armenhuis.

Eigenaren van Rosterwei 14:
1793    Jan Jacobs Bosch
1831    Wytske Siebes Koopmans
1844    Kornelis K. Heemstra
1849    Doetje Kornelis Heemstra
1863    Frederik Geerts Dijkstra
1864    Gerrit Sjolles Sinia
1875    Pope Dirks Hartmans
1889    Fetje Idses Sijtsma
1901    Pieter Andries Zwart
1930    Anne Joekes Dorhout
1971    Anna Sinia
1972    Stichting Beheer Landbouwgronden
1974    Jan Offringa
1992    Pieter Heynen
2000    Rein Terpstra
2008    Thomas Eyck
2025    Benno en Dieta Holwerda

© Tekst: admin-easternijtsjerk
Lês mear

Relatearre ynformaasje


OnderwerpenFoto’s