Uitgelichte vensters:

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw staat deze naam op de palen bij de ingang van de boerderij, en dat heeft een duidelijke reden want het testament van Ibelle Ida van Tiara uit 1689 is van grote invloed geweest op de geschiedenis van deze boerderij. In dat testament staat dat al haar eigendommen vermaakt worden aan de ‘wesen tot Franequer gealimenteert wordende in het Stads Weeshuys’. Naast 4000 goudguldens en wat huizen in Franeker wordt ook een ‘saete lands tot Nieukerk in Oostdongeradeel’ aan het weeshuis in Franeker geschonken. De weesvoogden mochten zelf bepalen hoe ze met de centen omgingen maar van de boerderij staat in haar testament ‘als willende deselve altoos voor de weeskinderen in het voorschreven huis onderholden wordende, sal worden bewaert’. Dat betekent dat de boerderij nooit mocht (en mag) worden verkocht.Deze boerderij wordt in 1511 voor het eerst genoemd. Dan is Beynthie Heemstra de eigenaar en huurt Alef Hettesz de boerderij van 68 pondemaat voor 16 goudgulden per jaar. De boerderij wordt ook wel Heemstra Sate genoemd want lange jaren is de boerderij in handen van de Heemstra’s. De laatste van deze familie is Ydt van Heemstra, getrouwd met Johannes van Tiara. Dit echtpaar heeft maar één dochter, de hiervoor genoemde Ibella Ida van Tiara. Als haar moeder in 1650 in de grafkelder van de kerk in Kimswerd wordt bijgezet, is Ibella dus de enige erfgenaam en na haar dood in 1694, als ook zij in de familiegrafkelder in Kimswerd een plaatsje krijgt, worden de wezen in Franeker officieel eigenaar. De boerderij heeft dan een grootte van 80 pm.In 1760 blijkt dat huurboer Marten Pyters een ‘tamelyk welgesteld boer’ is en 7 koeien en 6 paarden op de helft van zijn boerderij laat grazen, de rest is bouwland. Tegen 1800 zijn er al 10 koeien en doen 8 paarden het veldwerk voor Klaas Jans Heemstra die van de boerderijnaam zijn familienaam heeft gemaakt.In 1855 is nieuwbouw van de boerderij noodzakelijk (de huurboer kreeg al f 500,- korting ‘vanwege mindere waarde der huizinge en schuure’) en de weesvoogden moeten geld lenen om de 6402 gulden kostende nieuwbouw te bekostigen.In 1913 is alweer nieuwbouw noodzakelijk en verrees de boerderij die er nu nog steeds staat. Een gedenksteen herinnert aan deze nieuwbouw: "Hilda Ida / Van Tjara State / in 1913 vernieuwd onder / bewind van de voogden / van het Diaconie Weeshuis / der Ned. Herv. Gem. te Franeker / B.J. Roze. J. Petraeus / R.L. Wynia N. Nammensma"  In 1961 is er nog eens voor f 32.000,- verbouwd waarbij de woonkamer verplaatst werd naar het westen, een aardappelberging in de voormalige hooiberging werd ingericht en de veestallen werden ingekort. Daarna werd overgegaan tot volledige akkerbouw. Alle bijgebouwen op het erf zijn van na 1961.Door gegevens uit het archief van de weesvoogden van Franeker is het mogelijk om een volledig rijtje huurders op te stellen. 1640   Wilke Sippes    1694   Pyter Martens    1741   Marten Pytters    1760   Pytter Hendriks widdo    1761   Wytse Pytters    1763   Claas Jans (Heemstra)    1818   Klaas Simons Kloostra    1827   Pieter Arjens Kingma    1837   Fetse Jacobs Elzinga    1854   Klaas Venema    1861   Anne Lieuwes Westra    1912   Willem Franzes Kienstra    1922   Pieter Rienk Rienks    1959   Hidde Norder    1982   Jaap Botma    20??   Tseard Doeke Wilman De weesvoogden namen hun verplichtingen terdege serieus: ze inspecteerden elk jaar de grafkelder in Kimswerd waar de familie Van Tiara hun rustplaats vond en betaalden dan de kerkvoogden de in het testament genoemde 100 gulden (dat bedrag bleef gelijk, van inflatie was geen sprake!) Ook kwamen ze elk jaar op bezoek op de boerderij om te kijken hoe het er voorstond op de landerijen van hun huurder. Meestal waren ze wel tevreden maar niet altijd. Zo staat er in een verslag: ‘Dit kunnen wij nog niet zeggen van de percelen aardappels achter in de plaats; evenmin van de bieten die om het koolzaad gezaaid zijn. Het kweekgras "groede" zal U deze zomer daar nog veel last kunnen bezorgen."

Koalsied terskje, 1946. Deze foto is genomen in 1946/7 en laat treffend zien hoeveel personeel er voorheen nodig was in de landbouw. Wat nu door één persoon met een combine gedaan kan worden, werd destijds door een groot aantal arbeiders uitgevoerd. De foto is genomen op een stuk land van boer Brouwer aan de Bartenswei en toont het verwerken van de koolzaadoogst (koalsied-terskje). Links staan de wagens die het koolzaad in schoven ophalen van het land en naar de dorsmachine brengen. Dat ging nog met paarden, hoewel in het midden van de foto al een traktor te zien is (of werd die gebruikt als aandrijving van de dorsmachine??). De schoven werden bij de dorsmachine met vorken naar boven gestoken waar drie man staan die de schoven in de machine moeten steken. Helemaal rechts zijn de pakken koolzaadstro te zien die nadien naar de boerderij werden gebracht. In het midden is het zeil zichtbaar waarin het koolzaad werd opgevangen. De dorsmachine is van de “fa v.d. Lei O-Nijkerk” en vier van zijn personeelsleden zijn op de foto te zien. De volgende personen op de foto zijn (on)bekend: Vlnr. Op het land: eerst een onbekend persoon, dan een zoon van de boer: Freerk Brouwer, Jilles ?, Frans Postmus (een beetje verscholen tussen de twee mannen), Jan Bos (was afkomstig van Damwoude, in de oogsttijd kwamen destijds veel seizoensarbeiders vanuit de Wouden naar de Kleistreek), rechts van het kleed staat de boer zelf, Gerrit Brouwer, Jan Willems de Vries (leunend op de vork), weer een zoon van de boer: Bauke Brouwer, Willem Wessels de Vries en hurkend nog een zoon van Willem Wessels de Vries. De laatste twee personen zijn personeelsleden van Van der Lei waarvan de namen onbekend zijn. Boven op de dorsmachine zit links de derde zoon van de boer: Andries Brouwer en de andere twee zijn weer onbekende personeelsleden van Van der Lei.



Nomineer een onderwerp voor deze dorpscanon