Uitgelichte vensters:

Voorheen heette deze, inmiddels verdwenen, boerderij meestal Op de Grouw. Dat ‘grouw’ komt van ‘groeien’ en dat betekent in dit geval dat in een heel ver verleden hier land is ‘aangegroeid’’, aangeslibd. Dat zal gebeurd zijn toen de eerste zeedijken hier aangelegd werden, zo rond het jaar 1000. De oudste dijken in deze omgeving moesten de monding van de Peazens beveiligen en mogelijk liep die eerste dijk van Bollingwier over De Lyts Ein naar de Langgrousterwei en via het voormalige ‘Ljussumerreedsje’ vlak langs deze boerderij richting Eanjum. In 1738 staat er in oude boeken dat de boerderij ‘de lange grouwen’ als naastlegger heeft en zo heet deze straat (de Langgrousterwei) waar deze boerderij aan lag, nog steeds.In 1511 is het klooster Betlehem (gelegen in het tegenwoordige Bartlehiem) eigenaar van deze boerderij, hetgeen erop duidt dat de monniken zich bemoeid zullen hebben met de aanleg van de dijken in deze omgeving. Het klooster Betlehem was een vrouwenklooster, gesticht vanuit het klooster Mariëngaarde onder Hallum. Dat klooster had zich ook bemoeid met de stichting van ons dorp (zie het venster Sint Cecilia-De Oorsprong).De boerderij, toen 101 pondemaat groot, werd gehuurd door Jelle by den Wech en Melle op de fen. Prachtige namen die verwijzen naar de locatie van hun boerderijen. Ze gaven niet zoveel huur, ongeveer 25 cent per pondemaat, terwijl de meeste boeren in ons dorp minimaal twee keer zoveel moesten betalen! Had dat misschien te maken met het dure onderhoud aan de jonge zeedijken, waar de grondeigenaren voor moesten staan?In later tijd blijkt dat de landerijen bij deze boerderij op twee verschillende plekken liggen: 71 pm aan de Langgrousterwei (van Jelle op den Wech?, het echte Op de Grouw?) en 34 pm aan de Mûnewei (van Melle op de fen?) Zo gezien waren de bezittingen van het klooster Betlehem van begin af aan verdeeld over twee boerderijen.In 1639 wordt Schelte Taeckes huurder van de boerderij. Het schijnt hem goed te gaan want als de Staten van Friesland (die hebben geld nodig!) in 1639 de boerderij Op de Grouw verkopen wordt hij voor 4361 goudgulden de nieuwe, particuliere, eigenaar. Er zijn in die tijd niet zoveel boeren in Easternijtsjerk die zelf eigenaar van hun boerderij zijn, ongeveel 1 op de 6 boeren is ‘eigenboer’.Na Johannes Scheltes komt na 1700 Ids Jans als eigenaar van Op de Grouw naar voren. Hij is een grote boer want ook de boerderij Sjoorda is van hem en ook een boerderij in Aalsum. In 1775 komt er een andere familie Op de Grouw wonen, Roelof Arjens de Lang (heeft zijn zoon Harmen bij het aannemen van die familienaam in 1811 aan de ‘Lange’ Grouw gedacht?), die 115 pm bij de boerderij heeft met een huurwaarde van 1243 gulden. Zijn boerderij is, zoals in die tijd de gewoonte, een gemengd bedrijf met ongeveer 10 koeien en 7 paarden.Na het overlijden van Harmen Roelofs de Lang werd de boerderij onder meerdere erfgenamen verdeeld omdat hij alleen maar dochters had. Grietje Pieters Booitsma wordt daarna door vererving de nieuwe eigenaar van de boerderij en van het meeste land. Ze trouwt twee keer, in 1844 met Anne Abrahams Blom die van een verouderde boerderij aan de Bartenswei kwam.     Bewoners:    1828   Harmen Roelofs de Lang    1839   Meindert Gerrits van Eizinga    1842   Grietje Pieters Booitsma (weduwe Van Eizinga)    1843   Anne Abrahams Blom (tweede huwelijk van Grietje) Thomas Holwerda:Anne Abraham BlomMeindert M. van Eisenga (’83)Tamme TilmaSjolle DijkstraDouwe Andries’ Zwart         1896Laurens Douwes’ Zwart      1897 tot 1902     daarna in de voorhuizing tot 1903Metse Ages de Jong           1902 tot 1935      Martinus H.Halbesma 1903-1944Siemen Gosses Hiemstra   1935 tot 1938Anne Freerks de Beer         1938 tot 1955    Martinus Halbesma 1938 tot 1945Liebe Dirks Weidenaar        1955                  Hendrik Ypes Heeringa

Nadat in 1981 voor het eerst een nummer van dorpskrant ‘De Doarpsskille’ was verschenen, stond de redactie voor de moeilijke taak om steeds voldoende kopy te vinden. Daarom was de artikelenreeks ‘In slach om Trijehuzen’ van de heer Thomas Holwerda uit Leeuwarden erg welkom: drie achtereenvolgende nummers van De Doarpsskille vulde hij drie of vier pagina’s van het blad. Ook in latere jaren verzorgde hij nog wel eens een paar bladzijden. Woning Jousma's Holwerda woonde jarenlang op Trijehuzen, nu wonen Age en Klaske de Jong daar. In zijn jonge jaren kreeg Thomas Holwerda te maken met de gevolgen van tbc (tuberculose). Deze ziekte was destijds moeilijk te genezen, velen stierven er aan. De zieken moesten tijdenlang, soms jaren!, kuren in een tentje waarbij zoveel mogelijk van de warmte van de zon geprofiteerd moest worden. Soms kon zo’n tentje zelfs met de zon meedraaien!Het valt te begrijpen dat deze zieken zich vaak verveelden want bezoek was meestal niet mogelijk vanwege besmettingsgevaar. Thomas Holwerda vulde de dagen eerst met het lezen van boeken en het samenstellen van de genealogie van de Koninklijke Familie, later ook van zijn eigen familie. Zijn vader kon prachtig vertellen en deed dat geregeld. Op een gegeven moment in 1947 besloot Thomas dat hij die verhalen moest opschrijven, hij had toch alle tijd, daar in zijn tentje. Hij begon met alle huizen van Easternijtsjerk te noteren en de bewoners van die huizen te vermelden: zijn vader kon zich van sommige huizen de bewoners van vóór 1900 nog herinneren. Holwerda hield tot 1956 (toen hij verhuisde naar Dokkum) van alle huizen bij wie er woonde, noteerde verhuizingen enz. De map met al die Easternijtsjerksters is intussen in mijn bezit.Daarnaast schreef hij alle mensen die overleden in het dorp op, met leeftijd en eventuele partners. Hij begon met het jaar 1900 zodat hij zijn oma als eerste kon noteren. Toen hij op latere leeftijd kerkvoogd werd, kon hij ook over de kerkelijke gegevens beschikken. Zo maakte hij in die functie een nieuw plan voor begravingen op het kerkhof. Die tekening is bewaard gebleven.Thomas Holwerda werkte als administrateur bij de firma van Piet van der Leij, later overgenomen door Pieter Post. Nu woont Livius Post daar, De Buorren 6.  Boerderijtje van de Holwerda's In 1956 verhuisde hij met zijn vrouw Martsje naar Dokkum en nog weer later naar Leeuwarden, waar ik hen een aantal keren opzocht aan de Beatrixstraat. Nadat Thomas Holwerda was overleden ben ik nog een keer bij zijn weduwe geweest en kreeg ik van haar een aantal archiefstukken die Easternijtsjerk betroffen. Zijn omvangrijke genealogische verzameling, een royale kast vol met mappen!, is later naar de Genealogische Vereniging van de Fryske Akademy gegaan.Zelf maak ik nog geregeld gebruik van de gegevens die Holwerda van Easternijtsjerk heeft verzameld. Het hierbijgaande verhaal hoort daar ook bij. Hij vertelt over situaties die al heel lang geleden zijn gebeurd, intussen erg veranderd zijn, maar niet vergeten mogen worden. Daarom passen ze prima in ons dorpsarchief!! We gaan met zijn verhalen terug naar een tijd van vóór de Tweede Wereldoorlog.

De geschiedenis van deze boerderij staat de laatste 60 jaar vooral in het teken van branden. In 1962 was de brand zo verwoestend dat de gehele boerderij, destijds een monumentaal kop-hals-rompmodel, afbrandde en alle 26 koeien in het vuur omkwamen. Bij de brand in 1981 kon het woongedeelte van de nieuwe kop-hals-romp behouden blijven maar moest er een geheel nieuw bedrijfsgedeelte worden opgebouwd. Omdat het vee in de wei liep ontkwam dat aan het vuur. Bij beide keren had de brandweer veel last van nieuwsgierige toeschouwers die de doorgang op het smalle weggetje naar de boerderij bijna onmogelijk maakten.Oudst bekende boer op deze boerderij was Douwe to Berc Huijsen die in 1511 genoemd wordt. De boerderij was 22 pondemaat groot en eigendom van het vrouwenklooster Sion in Nijewier. Door deze omstandigheid zijn in de kloosterarchieven nog een aantal huurders (meiers genoemd) bekend geworden. Zo was in 1560 Sijmon Roelofs de huurder en in 1580 als de Friese Staten zich vanwege de Reformatie het kloostergoed toe-eigenen is hij dat nog steeds. Hij neemt de 12 pm die zijn buurman Frans Wopkes van het klooster huurde over en daarna zal de boerderij steeds 36 pm groot zijn (12 + 22!). In 1618 is Goffe Johannes de huurboer en zijn nageslacht (de Stinstra’s) zal tot 1760 deze boerderij in gebruik hebben, eerst dus als huurder, maar in 1640 als eigenaar (de Friese Staten hadden geld nodig voor de strijd tegen Spanje en verkochten het kloostergoed).In 1760 koopt de grietman van Oostdongeradeel, Anthony D’Arnaud, de boerderij voor 10.000 cgulden. Tjerk Opts wordt dan de huurder en die blijkt een goede boer te zijn want hij begint met 5 koeien en drie paarden en 28 pm bouwland, maar heeft in 1770 al negen koeien. Maar in datzelfde jaar blijft daar maar één koe van over! Het is het jaar van de veepest en hij zal zijn koeien daaraan hebben verloren. Hij is niet de enige want er zouden dat jaar in Fryslân maar liefst 97.756 koeien aan de veepest sterven! Tjerk moet opnieuw beginnen maar lijkt zich wat meer op bouwland te richten. Zo gebruikt hij in 1795 voor zijn vijf koeien en vijf paarden 55 pm land, waarvan 34 pm als bouwland. In 1797 gaat hij met ‘pensioen’, hij stopt met boeren en laat een huisje bouwen op Trijehuzen in het dorp. De hoogste huur die hij voor zijn boerderij moest betalen was 400 gulden. Ook de boeren die na hem komen moeten allemaal huur betalen want Berghuistra is een echte huurboerderij. Tot de Franse tijd lag er op deze boerderij het stemrecht in dorps-, kerk- en gemeentezaken; het bezit van deze stemmen was belangrijk om macht uit te kunnen oefenen. Dat is duidelijk te zien aan de eigenaren tot de Franse Tijd want daarna was het gebeurd met het stemrecht:1760    Anthony D’Arnaud (grietman)1791    Johannes Casparus Bergsma (probeerde jarenlang grietman te worden door boerderijen op  te kopen)1810    Age Looxma (rijke olieslager, eigenaar Stania-state)In tegenstelling tot veel andere regentenfamilies, die na de Franse Tijd de boerderijen weer verkopen als geldbelegging, verkopen de Looxma’s de boerderij Berghuistra niet. Tot 1952 als de verzekeringsmaatschappij AEGON de boerderij overneemt, is er steeds een Looxma of aangetrouwden van de Looxma’s (zoals Van Sminia, Van Welderen Rengers) eigenaar van Berghuistra.De meeste boeren zullen het goed met de eigenaar hebben kunnen vinden, gezien de lange tijden dat ze huurboer kunnen blijven: 1849    Kornelis Ypes Botma1869    Wopke Ypes Botma1879    Johannes Johannes Hoogland1880    Jentje Johannes Hoogland1886    Jacob Eelkes Holwerda1905    Livius Imius Sevenster1920    Imius Sevenster1934    Fokke Ates Noordenbos1942    Jacobus Martinus Noordenbos1980    Boele TerpstraNa zoon Piet Terpstra wordt de boerderij niet meer als zodanig gebruikt en is er nog maar één echte boerderij op Berchhuzen (van de familie Gerrit B. Brouwer, zie Boerderij Berchhuzen 9).De familie Sevenster komt ook voor op de boerderij Foalsum Sate. Daar neemt de verwante familie Slim de boerderij over en Fokke Noordenbos, getrouwd met een dochter Sevenster, wordt de nieuwe boer op Berchhuzen.De oude naam van de boerderij is Berc Huijsen, maar al in 1640 komt de naam Pasumwal voor. Die naam ligt voor de hand voor deze boerderij, gelegen aan de rivier de Peazens. De boer kon de Peazens oversteken dmv van het ‘Nammenset’. Deze naam lijkt afkomstig van Nammen Willems, huurder van de tweede boerderij op Berchhuzen.



Nomineer een onderwerp voor deze dorpscanon