Uitgelichte vensters:

Decennialang staat hij daar al, de rode beuk, op de grens van de (voormalige) hervormde pastorie en het (voormalig) gebouw van de Rabobank. In het voorjaar zijn de eerste rode blaadjes bijna doorschijnend, in het najaar vallen de donkerrode bladeren bij honderden, ja bij tienduizenden tegelijk op de grond en verspreiden zich, door de wind opgejaagd, bij droogte over een grote oppervlakte in het dorp. Deze beeldbepalende boom in het midden van het dorp ontlokte de huidige bewoonster van de pastorie, Lobetje Swijgman, de volgende ontboezeming. DE BEUK, DE EENZAME KONING.Middenin Oosternijkerk aan de Buorren staat de Rode Beuk, de “Fagus Sylvatica”, die koninklijkheid uitstraalt. De boom waakt al minstens honderd jaar over de mensen in het dorp, al honderd seizoenen lang heeft zij haar takken zegenend uitgestrekt boven de mensen; boven spelende kinderen, kussende liefdesparen en eenzame lieden die er troost zoeken, oudere mensen uit het dorp die er hun verhalen van vroeger komen vertellen.Als je onder een Monumentale Beuk staat voel jij je beschermd door de parasol van bladeren om je heen, waar zonlicht mooi doorheen schijnt en alles verandert en betovert. Vooral in het voorjaar is het een feest.Er bestaat een oud gezegde dat betrekking heeft op inslagen van de bliksem en de beschermende werking daarbij van de Beuk:‘De eiken moet je wijken, de beuken moet je gebreuken.’Het gaat daarbij om het wortelstelsel van deze beide bomen. Wanneer een bliksem in een eik slaat, wordt de kracht niét, zoals bij een beuk wél, diep in de grond afgevoerd; je staat dus bij een overval van onweer met bliksem, veiliger onder een beuk dan onder een eik. Maar hoe oud is deze boom dan? Is dat nog te achterhalen? Zekerheid is er pas als deze fraaie boom uiteindelijk, hopelijk pas na vele vele jaren, zal worden omgehakt: dan kunnen de jaarringen worden geteld. Tot die tijd kunnen oude foto’s of archiefstukken gebruikt worden om een inschatting te maken van de ouderdom.Eerst een kijkje in de archieven.De kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente had jarenlang goede contacten, wat de aanschaf van planten en bomen betreft, met de firma Bosgra in Burgum. Al in 1874 staat de volgende post in het rekenboek:‘Firma Anne Bosgra wegens het leveren van jonge boomen    f 152,-‘Dat is voor die tijd een hoog bedrag, dat zou tegenwoordig minimaal 20 keer zo hoog zijn en dan in Euro’s. Helaas worden de namen van de geplante bomen niet genoemd. Ook in 1909 en 1911 levert Bosgra bomen aan de kerkvoogdij. In 1912 maakte Bosgra twee tekeningen voor een nieuw aan te leggen pastorietuin, nodig omdat de oude pastorie werd afgebroken en de nieuwe in 1913 gereed zou komen. De ene tekening was een Fransche tuin, de tweede tekening een Engelsche. De kosten van aanschaf waren bij beide tekeningen evenhoog en met 6 tegen 2 werd het Franse ontwerp gekozen. In totaal zou de aanleg van de nieuwe tuin de kerkvoogdij een rekening van f 711,90 van de firma Bosgra opleveren.Bijzonder is dat voorafgaand aan de aanleg van de nieuwe tuin er vele bomen gerooid werden, waarbij Bosgra uit Ie de hoogste bieder was met f 86,-. Deze bomen zouden gebruikt worden door wagenmakers. Verder was er ‘Boelgoed van kaphout’, ter waarde van f 57,50.In de volgende jaren werden er nog meerdere bomen en ander plantgoed geleverd door Bosgra, waarvan het hoogste bedrag werd uitgegeven in 1918: - ‘Fa A. Bosgra nieuwe boomen en heesters     voor f 169,95’. Ook in later jaren volgen er nog leveringen. In 1928 bijvoorbeeld nog eens voor f 71,-.Nu over naar de foto’s, gecombineerd met de gegevens uit de kerkvoogdijboeken. Op deze prachtige foto uit 1913 links, tijdens de Onafhankelijkheidsfeesten gemaakt, is rechts een gedeelte van de pastorietuin zichtbaar. Tussen de weg en de pastorietuin loopt nog een (droge) gracht. Geheel rechts zijn twee bomen zichtbaar, waarbij de gladde stam van de rode beuk ontbreekt !! Die was er dus in 1913 nog niet !! Kan daarmee vastgesteld worden dat de Rode Beuk bij de aanleg van de nieuwe pastorietuin is geplant als ‘koninklijk’ middelpunt? Dan zou die boom nu 123 jaar oud zijn. De tweede foto, rechts, is vijf jaar later gemaakt, in 1918 en laat de dichtgegooide gracht zien plus jonge aanplant van ‘heesters en boomen !!! De twee bomen op de foto van 1913 zijn verdwenen !!Daaruit trek ik de volgende conclusies:-voor de aanleg van de nieuwe pastorietuin werden eerst (onder andere) de twee bomen op de eerste foto gerooid, waarvoor Bosgra f 86,- betaalde.-bij de aanleg van de Fransche tuin plantte Bosgra een aantal essen en de rode beuk, helaas niet zichtbaar op de tweede foto. Bosgra was in de ‘tuinwereld’ de opvolger van Gerrit Lambertus Vlaskamp (1834-1906), die bekendstond om het gebruik van de Rode Beuk. Van hem zijn meer dan 300 aangelegde tuinen bekend, waaronder eentje in Easternijtsjerk: De Buorren 2. Vrijwel al die tuinen hadden als kenmerk het gebruik van de Rode Beuk als belangrijk middelpunt. Dat geldt ook voor deze pastorietuin al lijkt dat hedentendage niet meer zo. Echter het terrein van de voormalige Rabobank behoorde in 1913 óók tot de pastorietuin, zodat de Rode Beuk wel degelijk in het middelpunt stond.-het bedrag van f 169,95 voor ‘heesters en boomen’ in 1918 past bij de tweede foto: de duidelijke aanwezigheid van jonge aanplant in de voortuin van de pastorie. Tenslotte past het bedrag van f 71,- in het jaar 1928 heel goed bij de bewoner van de pastorie in dat jaar: dominee Jan Willem Pieper (1928 – 1942). Hij stond bekend om zijn liefde voor bomen en planten, liet ook een bloemenkas voor exotische bloemen aanleggen. Zijn zoon Willem staat op een foto uit 1932. Hij heeft een sproei-apparaat op zijn rug terwijl hij de rozen in het ronde perkje (nog altijd aanwezig!) besproeit. De dikke boom links lijkt een van de essen te zijn, misschien wel degene die een aantal jaren geleden bij een storm een dikke tak kwijtraakte, maar nog steeds springlevend is.

Al heel lang zijn er zangverenigingen in Easternijtsjerk geweest. De oudst bekende zangvereniging wordt vermeld in 1871. De leiding was in handen van P. de Mol Moncourt, het hoofd van de in 1868 opgerichte christelijke school. Zijn opvolger als HDS werd ook de nieuwe dirigent van het koor met maar liefst 70 leden, er was dus veel belangstelling. Het ligt voor de hand te denken dat er in het lokaal van de nieuwe school geoefend werd (die school had toen maar één lokaal!). Misschien ook werd het gebouw van de Hervormde Gemeente gebruikt. In 1885 verandert er iets in deze situatie want de Doleantie is aanstaande, hetgeen een scheiding der geesten zou veroorzaken. Er komt bij de gemeente Oostdongeradeel een aanvraag binnen van ‘Het Zanggezelschap te Nijkerk’ om in het gebouw van de Openbare Lagere School zangoefeningen te mogen houden, hetgeen wordt toegestaan. Door deze aanvraag wordt duidelijk dat het ‘hervormde gedeelte’ van de zangers niet meer in het christelijke schoolgebouw mogen oefenen, dat is nu voorbehouden aan het ‘gereformeerde gedeelte’ van de zangers. Inderdaad worden er in 1886 twee zangkoren genoemd met elk 18 leden. Deze situatie heeft daarna heel lang stand gehouden, een hervormd koor met de naam ‘De Lofstem’ wordt nog tot 1937 in de Dokkumer krant genoemd. Inderdaad ‘een’ hervormd koor want een aantal keren ging het koor ter ziele om een aantal jaren later weer opnieuw opgericht te worden. Daarbij worden verschillende namen gebruikt. Zo plaatst het koor in 1920 als ‘Soli Deo Gloria’ een advertentie in de krant als een 17-jarig lid van het koor komt te overlijden. Er is nog een hele oude foto uit 1924 van het hervormde zangkoor bewaard gebleven die hierbij wordt weergegeven. Het koor maakte toen een uitstapje naar Paterswolde; uiteraard is er ook plaats ingeruimd voor autobusondernemer Eelze Weidenaar (met pet en pijp!). Welke naam het gereformeerde koor gebruikte is niet bekend, (mogelijk al ‘Sursum’Corda’) maar in de loop der jaren komen meerdere namen voor. Zo neemt deze zangvereniging onder de naam ‘Advendo’ deel aan een zangconcours in Drachten. Het koor staat dan onder leiding van HDS Sietse Wiersma, die ook al in 1927 dirigent is. In 1936 treedt het in datzelfde jaar opgerichte meisjeskoor ‘Zangvogeltjes’ op in het gereformeerde kerkgebouw. Ook in 1936 treedt het dameskoor ‘Lentedag’ naar voren. Daarna wordt er niets meer van vernomen. Direct na de bevrijding, in augustus-september 1945, worden er een 70-tal zangers en zangeressen opgetrommeld om een uitvoering te houden tijdens de bevrijdingsfeesten waarbij vaderlandslievende liederen naar voren worden gebracht. Volgens de verhalen wordt het ‘Wilhelmus’ zelfs vierstemmig naar voren gebracht. Dirigent is de heer Jan W. Eelkema van Nes. Uit dit initiatief wordt daarna het koor ‘Fredeloat’ geboren, dat helaas slechts 2 of 3 jaar heeft bestaan. Een bijzondere zangvereniging was ‘Sursum Corda’ (De Harten Omhoog) omdat deze gereformeerde vereniging alleen uit vrijgezellen bestond, zodra men trouwde, moest men het koor verlaten! De vereniging werd opgericht in 1930 want op het vaandel stond: ‘Geref. Zangvereen. – Sursum Corda – O.Nijkerk – opgericht 1930’. Dit vaandel is, nadat Sursum Corda in oorlogstijd is opgehouden te bestaan omdat het samenkomen van verenigingen door de Duitsers werd verboden, door muziekvereniging U.D.I. overgenomen, waarbij naam en datum werden veranderd. Dat vaandel bestaat nog steeds en hangt in dorpshuis De Terp. Van deze zangvereniging zijn een aantal foto’s bewaard gebleven, terwijl Sursum Corda, soms wat oneerbiedig bestempeld als ‘Sussie Corrie’, tevens vele malen in krantenverslagen voorkomt. Dit koor trad vrijwel elk jaar op in Leek tijdens de Pinksterdagen, toen daar nog elk jaar een groot zangersfeest plaatsvond. Als dirigenten zijn bekend: Evert Blom, Jan Eelkema en Keimpe de Jong.



Nomineer een onderwerp voor deze dorpscanon