Op de Grouw (Langgrousterwei 45)
Voorheen heette deze, inmiddels verdwenen, boerderij meestal Op de Grouw. Dat ‘grouw’ komt van ‘groeien’ en dat betekent in dit geval dat in een heel ver verleden hier land is ‘aangegroeid’’, aangeslibd. Dat zal gebeurd zijn toen de eerste zeedijken hier aangelegd werden, zo rond het jaar 1000. De oudste dijken in deze omgeving moesten de monding van de Peazens beveiligen en mogelijk liep die eerste dijk van Bollingwier over De Lyts Ein naar de Langgrousterwei en via het voormalige ‘Ljussumerreedsje’ vlak langs deze boerderij richting Eanjum. In 1738 staat er in oude boeken dat de boerderij ‘de lange grouwen’ als naastlegger heeft en zo heet deze straat (de Langgrousterwei) waar deze boerderij aan lag, nog steeds.
In 1511 is het klooster Betlehem (gelegen in het tegenwoordige Bartlehiem) eigenaar van deze boerderij, hetgeen erop duidt dat de monniken zich bemoeid zullen hebben met de aanleg van de dijken in deze omgeving. Het klooster Betlehem was een vrouwenklooster, gesticht vanuit het klooster Mariëngaarde onder Hallum. Dat klooster had zich ook bemoeid met de stichting van ons dorp (zie het venster Sint Cecilia-De Oorsprong).
De boerderij, toen 101 pondemaat groot, werd gehuurd door Jelle by den Wech en Melle op de fen. Prachtige namen die verwijzen naar de locatie van hun boerderijen. Ze gaven niet zoveel huur, ongeveer 25 cent per pondemaat, terwijl de meeste boeren in ons dorp minimaal twee keer zoveel moesten betalen! Had dat misschien te maken met het dure onderhoud aan de jonge zeedijken, waar de grondeigenaren voor moesten staan?
In later tijd blijkt dat de landerijen bij deze boerderij op twee verschillende plekken liggen: 71 pm aan de Langgrousterwei (van Jelle op den Wech?, het echte Op de Grouw?) en 34 pm aan de Mûnewei (van Melle op de fen?) Zo gezien waren de bezittingen van het klooster Betlehem van begin af aan verdeeld over twee boerderijen.
In 1639 wordt Schelte Taeckes huurder van de boerderij. Het schijnt hem goed te gaan want als de Staten van Friesland (die hebben geld nodig!) in 1639 de boerderij Op de Grouw verkopen wordt hij voor 4361 goudgulden de nieuwe, particuliere, eigenaar. Er zijn in die tijd niet zoveel boeren in Easternijtsjerk die zelf eigenaar van hun boerderij zijn, ongeveel 1 op de 6 boeren is ‘eigenboer’.
Na Johannes Scheltes komt na 1700 Ids Jans als eigenaar van Op de Grouw naar voren. Hij is een grote boer want ook de boerderij Sjoorda is van hem en ook een boerderij in Aalsum.
In 1775 komt er een andere familie Op de Grouw wonen, Roelof Arjens de Lang (heeft zijn zoon Harmen bij het aannemen van die familienaam in 1811 aan de ‘Lange’ Grouw gedacht?), die 115 pm bij de boerderij heeft met een huurwaarde van 1243 gulden. Zijn boerderij is, zoals in die tijd de gewoonte, een gemengd bedrijf met ongeveer 10 koeien en 7 paarden.
Na het overlijden van Harmen Roelofs de Lang werd de boerderij onder meerdere erfgenamen verdeeld omdat hij alleen maar dochters had. Grietje Pieters Booitsma wordt daarna door vererving de nieuwe eigenaar van de boerderij en van het meeste land. Ze trouwt twee keer, in 1844 met Anne Abrahams Blom die van een verouderde boerderij aan de Bartenswei kwam.
Bewoners:
1828 Harmen Roelofs de Lang
1839 Meindert Gerrits van Eizinga
1842 Grietje Pieters Booitsma (weduwe Van Eizinga)
1843 Anne Abrahams Blom (tweede huwelijk van Grietje)
Thomas Holwerda:
Anne Abraham Blom
Meindert M. van Eisenga (’83)
Tamme Tilma
Sjolle Dijkstra
Douwe Andries’ Zwart 1896
Laurens Douwes’ Zwart 1897 tot 1902 daarna in de voorhuizing tot 1903
Metse Ages de Jong 1902 tot 1935 Martinus H.Halbesma 1903-1944
Siemen Gosses Hiemstra 1935 tot 1938
Anne Freerks de Beer 1938 tot 1955 Martinus Halbesma 1938 tot 1945
Liebe Dirks Weidenaar 1955 Hendrik Ypes Heeringa

